Projecten

Bolivia: Duurzaam bosbeheer



¤ Zuid-Afrika 1

¤ Namibië

¤ Zuid-Afrika 2

¤ Zuid-Afrika 3

¤ China

¤ Nepal

¤ Honk Kong

¤ Indonesië

¤ Chili

¤ Argentinië

¤ Bolivia

  Project1: Bosque y Comunidad
Bezocht op: 4 juni 2007

Project2: RENACE
Bezocht op: 4, 8 & 9 juni 2007

Website: www.groenhart.be

Verslag:

 


4 juni 2007 Bezoek aan WWF partners in Bolivia

Vandaag hebben we een afspraak met twee WWF partners in Bolivia. Om meer precies te zijn, WWF België werkt samen met de organisatie Groenhart (www.groenhart.be ). Het zijn dus twee van Groenhart’s partners in Bolivia die we vandaag gaan leren kennen.

Het geld dat beide Boliviaanse organisaties hebben gekregen van Groenhart is afkomstig van het Vlaams Fonds Tropisch Bos. In 2002 is het fonds opgericht op initiatief van de toenmalige minister van leefmilieu (Vera Dua) opdat Vlaanderen een deel van zijn verbintenissen voor de Rio-conventies (1992) zou nakomen.

 

1) In de voormiddag zien we Edgar van Bosque y Comunidad. Hij is een bosbouwingenieur die 17 jaar geleden met enkele collega’s deze organisatie heeft opgestart om lokale, vaak zeer arme, bevolkingsgroepen te helpen met het beheer van hun bossen. De bedoeling is om een beter inkomen te genereren voor deze inheemse bevolkingsgroepen door hen te doen omschakelen van overlevingslandbouw en willekeurig boskap tot een efficiënt en duurzaam bosbeheer. Op die manier verzekert men tevens het voortbestaan van het regenwoud.

 

Het project waarmee ze nu bezig zijn, en waarin Groenhart participeert, betreft 22 gemeenschappen, die in een bergachtig gebied wonen, niet ver van het befaamde Madidi nationaal park.

Bosque y Comunidad helpt hen met het opstellen van het wettelijk vereiste bosbeheerplan. In dit plan moet een inventaris worden opgenomen van de soorten bomen die er in het betrokken terrein aanwezig zijn en hoe ze op een duurzame manier kunnen worden beheerd (lees gekapt en heraangeplant). Het plan dat Edgar ons toont, gaat over een bosgebied met een oppervlakte van 30.000 ha, dat ze in 20 percelen hebben ingedeeld. Het eerste jaar rooit men in het eerste perceel die bomen die mogen (vanaf een voldoende dikte – ligt vast bij wet), het tweede jaar het tweede perceel en zo gaat men rond om na 20 jaar terug bij het eerste perceel aan te komen. Het plan is al bijna 2 jaar af, mits nog een belangrijk onderdeel dat echter moet ingevuld worden door een overkoepelende organisatie, Pilcol. Dit onderdeel is het sociaal plan, dat moet aangeven hoe de opbrengsten van het hout worden verdeeld onder de gemeenschap die er woont en die het bos gaat beheren. Door het aan de macht komen van Evo Morales als president, hebben er echter vele leden van Pilcol, die Evo steunden, een andere post gekregen, zodat het beslissingsproces bij Pilcol flink wat vertraging heeft opgelopen. Edgar heeft er nochtans goede hoop in dat het sociale plan voor de zomer kan worden toegevoegd. Wanneer dit is gebeurd, kan de overheid het bosbeheerplan goedkeuren en kan men met de uitvoering ervan starten.

 

2) In de namiddag ontmoeten we Oscar Mendieta, de directeur van RENACE, wat staat voor Fundación Red Nacional de Acción Ecológica. Hij ontvangt ons met Justo, een vertegenwoordiger van de Mosetenen, één van de 36 lokale bevolkingsgroepen van Bolivia.

     

Van hen krijgen we eerst een boeiende geschiedenisles.

In de jaren 50-60 hebben de Amerikanen schrik dat Bolivia een tweede Cuba wordt. De vakbonden van de Boliviaanse mijnen hebben zoveel macht gekregen dat de Amerikanen vinden dat deze macht moet worden gebroken. Ze dringen er op aan dat de Boliviaanse overheid een Ministerie van Kolonisatie opricht, met als taak een deel van de mijnwerkers naar het Noorden van Bolivia te verplaatsen. Met een charmeoffensief en veel geld wordt het beste en meest vruchtbare grond van de Yungas aan de mijnwerkers aangeboden, ver weg van de mijnen, temidden van inheemse bewoners. Vele mijnwerkers gaan op het bod in, trekken naar de Yungas, kappen er het oerbos en beginnen er het land te cultiveren (bananenbomen, citrusvruchten, …). Ze hebben echter weinig of geen verstand van het cultiveren van land waardoor veel kostbare natuur verloren gaat. Bovendien zorgen ze voor veel wrevel bij de autochtonen, van wie er velen, machteloos, naar de jungle vluchten.

Er zijn drie marsen van de inheemse bevolking op de hoofdstad eind jaren 80, begin jaren 90 nodig om ervoor te zorgen dat er in 1994 uiteindelijk een wet wordt gestemd die eigendomsrechten toekent aan de inheemse bevolking. De beste stukken grond blijven echter eigendom van de kolonisten.

Nu de 36 verschillende inheemse groepen eigendomsrechten hebben gekregen, kunnen ze beginnen met het beheer van hun gronden. Justo vertegenwoordigt één van die 36 groepen, namelijk de Mosetenen, die 96.000ha hebben toegekend gekregen. Voor het opstellen van een bosbeheerplan heeft zijn bevolking een beroep gedaan op RENACE.

Oscar stelt voor om ons mee te nemen naar het gebied waar de Mosetenen wonen. Daar kunnen we met onze eigen ogen zien hoe ze het land op een duurzame manier proberen te beheren en hoe ze tegelijkertijd de Mosetense cultuur in ere trachten te herstellen.

Wij vinden het een fantastisch voorstel en we spreken af dat we donderdag samen met Oscar en Justo de lange tocht naar Palos Blancos in de Yungas, vlakbij het Amazone gebied, zullen ondernemen.

***

 

8 juni 2007 Organische cacao en bezoek aan een Moseten dorp

Ons hotelletje ligt vlak bij het centrale kruispunt van het dorpje dat maar enkele straten telt. Er staan kraampjes langs de weg waar mensen het traditionele ontbijt eten, ofwel soep met veel groeten en vis ofwel rijst met groenten en vlees. Wij vragen in een klein restaurantje of we als ontbijt brood, confituur en boter kunnen hebben. Ze bekijken ons eerst raar, maar we krijgen wat we willen. Het is duidelijk dat er hier niet veel toeristen komen.

Even later pikken Oscar en Justo ons op. Ze nemen ons mee naar het om de hoek van ons hotelletje gelegen hoofdkwartier van de inheemse bevolkingsgroep, de Mosetenen van Alto Beni. Het gebouw is mooi groen geschilderd. Binnen is er een grote vergaderzaal en enkele bureaus. Justo toont ons een kast vol met typisch handwerk van de Mosetenen, van pijlen en boog tot modellen van de traditionele boten die de mensen gebruik(t)en. Aan de muur hangt er een zeer mooie poster van Groenhart waarop we o.a. lezen: Vlaanderen zuurstof geven.

Naast het hoofdkwartier is er een kleine fabriek waar ze peulen van rijst scheiden en zakken met rijst afvullen. Er ligt ook cacao te drogen op de open binnenplaats.

Cacao is het volgende onderwerp van de rondleiding.

Oscar stelt ons voor aan Don Alejandro, de directeur van een organisch cacaobedrijfje, dat opgericht werd met hulp van RENACE. Don Alejandroj neemt ons mee naar twee van zijn cacaoplantages. Hij vertelt ons hoe ze door snoeien proberen de cacaobomen op de juiste hoogte hun vruchten te laten dragen, zodat ze die makkelijker kunnen plukken. Tussen de cacaobomen planten ze bananenbomen die door hun schaduw de grond langer vochtig houden. Pesticiden worden niet gebruikt. Om te voorzien in hun levensonderhoud, heeft één gezin twee hectare nodig. Per twee hectares heb jij één man nodig om het te bewerken (snoeien, grond rond de boomstam proper houden, plukken enzovoort).

De laatste drie jaren hebben ze in deze streek echter af te rekenen gehad met abnormale droogte (klimaatsverandering?), waardoor de productie niet is wat ze hadden gehoopt. Ze onderzoeken nu mogelijkheden tot irrigatie.

Oscar laat ons smullen van het vlees rond de cacaobomen. Het smaakt wat naar lychees.

Met dit bezoek wil Oscar ons aantonen dat ook op ecologische manier een inkomen kan worden verschaft aan de lokale bevolking. Hetzelfde wil RENACE nu bereiken met het bosproject, gefinancierd door Groenhart, dat we morgen gaan bezoeken.

Nu neemt Justo de rondleiding over. Met een wagen rijden we naar zijn dorp, Santa Ana.

De missionarissen hebben duidelijk hun invloed gehad op het leven van Justo’s gemeenschap. Je hoort het niet alleen aan de naam, maar merkt het ook aan de rechte straten (vroeger was het dorp veel “organischer”) en de aanwezigheid van een kerk. Justo heeft op zijn stuk land twee huizen staan, waarvan één volledig gemaakt van charro, een rietsoort die groeit langs de rivier. De stengels van de charro worden gebruikt als wanden en de waaiers bovenaan worden gevlochten tot een dak. In dit huis spelen Jonathan en Vicky met Justo’s kinderen mens-erger-je-niet. Justo plukt een aantal kokosnoten uit een palmboom en we krijgen vers kokosnootsap te drinken. Nadien wandelen we door zijn dorp. Bij het huis van de kasik (de hoogste burger van zijn volk die meer te zeggen heeft dan de burgemeester) houdt hij halt. De kasik zelf is niet thuis, maar wel zijn zoon. Hij toont ons hoe ze met een reuzenboog jagen op vissen. Ook Jonathan mag de boog spannen en een pijl afvuren. Wow.

Na de lunch trekken we naar de Beni rivier. Terwijl Oscar en Justo naar de overkant trekken per boot, gaan de kinderen en ik zwemmen en spelen in de rivier. Gelukkig zitten er hier geen krokodillen (zeggen ze toch). Het landschap is adembenemend mooi.

In plaats van de terugtocht per taxi te doen, vragen we of we niet per boot terug kunnen. We hebben geluk. Er is één boot die ons een heel stuk stroomopwaarts wil brengen. Zo reizen is een stuk aangenamer dan per auto. Wanneer de boot ons afzet aan de rand van een grote brug waarover de hoofdbaan loopt naar Palos Blancos, kleurt de hemel boven de Yungas jungle rood.

Dit is alweer een dag om nooit meer te vergeten.

***

9 juni 2007 Duurzaam bosbeheer in Alto Beni

Vanmorgen worden we opgewacht door een hele delegatie in het hoofdkwartier van de Mosetenen. We worden hartelijk verwelkomd en krijgen een diepgaande uiteenzetting over hun werk van de laatste jaren.

Orlando, hun woordvoerder, legt ons uit dat de Mosetenen hun bomen aan privé firma’s zouden kunnen verkopen en zich er dan niets meer van moeten aantrekken, zoals sommige andere bevolkingsgroepen het doen. Zij hebben echter voor de tragere, moeilijkere, maar duurzamere weg gekozen, om zo hun toekomst en die van hun kinderen veilig te stellen.

Orlando toont ons hoe zij met hulp van RENACE het hele gebied dat hun toegekend is door de wet, 96.000 ha, in kaart hebben gebracht. En wat we te zien krijgen zijn zeer gedetailleerde kaarten die ondermeer opgeven welke soort bomen er groeien en waar precies! Vervolgens is een duurzaam bosbeheerplan voor de volgende 30 jaar opgesteld. Dit plan is inmiddels goedgekeurd door de Boliviaanse overheid.

De Mosetenen hebben geluk, want de laatste jaren is er een grote vraag gerezen vanuit China naar het hout van de Quina Quina boom. De Chinezen vallen vooral voor het goedriekende aroma dat deze houtsoort verspreidt. En op hun gebied groeien er heel wat. Natuurlijk is het niet de bedoeling van deze ineens te kappen, maar wel op een duurzame manier.

Voor we doorgaan om het gebied zelf te bezoeken, krijgen we van de president van de vrouwelijke Mosetenen een geschenk aangeboden. Het is een plaat gemaakt van gevlochten charro waarop een boog en pijlen zijn aangebracht. We zijn vereerd en hopen dat we dit knap staaltje van artisanale kunst heelhuids in België krijgen.

Een taxi brengt ons dan naar de rand van de rivier. Hier moeten we overzetten in smalle kano’s. Het is er druk want het is vandaag, zaterdag, marktdag in Palos Blancos.

 

 

 

 

 

 

 

Na een andere taxi gecharterd te hebben aan de overkant, rijden we verder voor een lange rit naar het aan de Mosetenen toegekend gebied. We rijden op de Boliviaanse manier, met andere woorden met 8 in een auto voorzien voor 5. Oscar en Orlando zitten samen van voor op de passagiersplaats, onze kinderen zijn in de koffer gekropen.

Onderweg rijden we langs grote bananenplantages voor de export. Deze vruchtbare stukken grond, vlak langs de rivier, werden vroeger toegekend aan de kolonisten en behoren hen nog steeds toe.

Aan een dorpje gekomen, nemen we een afslag die ons brengt naar de ingang van het Moseteens gebied. Een ketting met hangslot verspert de doorgang. Deze dient om te verhinderen dat vreemden zo maar het gebied intrekken en in het wild bomen kappen. Na een tijdje op de kleine weg te hebben gereden, moeten we omwille van de slechte staat van de weg, te voet verder. Orlando is een goede gids en leert ons allerlei dingen over het woud: welke bladeren en sappen er dienen om welke ziekte te behandelen, hoe je een fluitje kan maken dat vogels aanlokt, en hoe je met je blote handen in de rivier kleine, eetbare, vissen kan vangen. Vooral het fluitje en natuurlijk ook het vissen vangen met blote handen, slaan in bij onze kinderen.

Aan de hand van de plannen wordt er aan de rivier gezocht naar de dichtstbijzijnde Quina Quina. Even later krijgen we de kostbare boom te zien. Zijn bladerendek glinstert in het zonlicht. Langs de weg hebben we ook al planken van het hout gezien. Het is zwaar hout met een aangenaam aroma. Orlando toont ons tevens hoe ze de bomen inventariseren; aan de bomen worden er metalen plaatjes aangebracht met nummers erop.

Het is duidelijk dat RENACE de financiële steun van Groenhart goed heeft gebruikt.

De terugweg verloopt in stilte, gezien iedereen moe is van de lange wandeling in de hitte (we zitten hier amper 450 meter hoog). In Palos Blancos is de markt nog volop aan de gang.